Zijn er nog ongerepte plekken te vinden waar de natuur ongestoord haar gang kan gaan? Of is alles al gecultiveerd, bewoond en geasfalteerd? Robert Macfarlane vraagt zich af of werkelijke wildernis nog bestaat en trekt erop uit om de natuur te ondergaan. Hij klimt in bomen, zwemt in grotten, doorkruist hooglanden en overnacht op heuveltoppen en afgelegen stranden. Deze prachtige evocatie van de wildernis leest als een reisverslag, een geschiedenis van het landschap, een cultuurgeschiedenis van natuuressayisten, en als een hartstochtelijk pleidooi voor het behoud van de natuur.
Robert Macfarlane (Nottingham, 1976) doceert Literature and the Environmental Humanities aan de universiteit van Cambridge en dit verklaart meteen de indrukwekkende lijst boeken en auteurs die de auteur aanhaalt in dit boek en citeert. Twee daarvan had ik al gelezen, Walden van Henry David Thoreau en De levende berg van Nan Shepherd.
De auteur trekt zo vaak hij kan de natuur in, dat las ik al in zijn boek De oude wegen. In dat boek concentreerde hij zich op de wandelingen zelf maar bij uitbreiding had hij het daar ook over de natuur zelf. In De laatste wildernis is dit laatste de focus en in elk hoofdstuk concentreert hij zich op de vorm of het gesteente van de stukjes natuur die hij beschrijft in Schotland, Wales, Engeland en Ierland, hij heeft een soort van alternatieve kaart meegegeven vooraan in het boek waar deze biotopen, natuur- of landschapselementen zich bevinden.
Zijn uitgangspunt is de vraag of er nog échte wildernis te vinden is waar er geen spoor is van menselijke aanwezigheid of bemoeienis en daarvoor laat hij zich leiden door wat hij enerzijds zelf al ervaren heeft of denkt te weten en anderzijds door de bevindingen en suggesties van anderen. Daarvoor trekt hij er dus effectief op uit om deze gebieden te verkennen en er te overnachten, vaak alleen maar ook regelmatig in gezelschap en dan vaak met zijn dierbare vriend Roger Deakin die gefascineerd is door natuur en landschap en die woont in het vreemdste huis dat hij ooit zag.
De ervaringen die hij beschrijft, zijn op zijn zachtst gezegd indrukwekkend en de plaatsen waar hij overnacht ongewoon en verrassend, vaak zelfs gewoon onder de blote hemel en zo ontdekt hij vreemde stukjes natuur. Macfarlane krijgt dan zelf van bewoners verhalen te horen van de streek en die deelt hij uitbundig in dit boek en dit was zeer interessant om te lezen. Het konden mythen en verhalen zijn maar het boek verhaalt ook wel wat historische feiten, er valt dus serieus wat op te steken in dit boek.
Wat je nog leest en leert uit dit boek is dat wildernis of ongereptheid zeker niet samenvalt met afgelegenheid of uitgestrektheid, Macfarlane ontdekt ook kleine stukjes échte natuur zelfs te midden de menselijke aanwezigheid of verborgen natuurpareltjes in de nabijheid, je hoeft zelfs niet ver te gaan om iets van ongestoorde natuur te ontdekken. Langs de andere kant ontdekt hij dan zeer moeilijk bereikbare natuurgebieden waar hij dan toch menselijke aanwezigheid ontdekt, al was het maar omdat er vervuiling aanspoelde bijvoorbeeld of dat er lang geleden toch een soort van menselijke bewoning was.
De laatste wildernis is een boek dat je regelmatig kan vastnemen en er stukken uit lezen, elk hoofdstuk bevat heel wat om over na te denken en om eventueel zelf informatie op te zoeken over deze gebieden zodat je er nog een beter beeld bij krijgt ook al heeft Robert Macfarlane zelf de gebieden zeer goed beschreven in het boek, je krijgt gewoon zin om er meer over te weten. Doordat hij ook vele andere schrijvers en avonturiers aanhaalde, krijg je ook zin om méér te lezen. Aan het einde van het boek heeft hij een selecte bibliografie toegevoegd alhoewel ik moet zeggen dat het geen beknopte lijst is, ik heb er in ieder geval een en ander uit genoteerd, aan inspiratie geen gebrek zou ik zeggen als je meer wil. Dit was dus weer een inspirerend boek van Robert Macfarlane, hij weet zijn enthousiasme duidelijk af te laten stralen op de lezer. En het was dan ook nog zeer interessant en toegankelijk geschreven, ik denk dat ik fan ben.
Eerder: De oude wegen
Uitgeverij: De Bezige Bij (2008) - 341 blz.
Oorspronkelijke titel: The Wild Places
Vertaling: Nico Groen